Vragen uit de Facebook groep ‘Eet niet minder, eet minder vaak

In series van drie beantwoord ik vragen die door nieuwe leden van de Facebook groep ‘Eet niet minder, eet minder vaak‘ zijn gesteld toen ze zich aanmeldden voor de groep.

Die Facebook groep gaat over vasten. Met als doel om gezond(er) te worden en/of te blijven. Afvallen kan daarbij horen, maar is niet het hoogste doel. Voor mensen in de groep is vasten een bewuste keuze. Als leefstijl; niet als tijdelijk dieet. We eten minder vaak, maar van onze maaltijden maken we een feestje.

Vragen van nieuwe leden beantwoord ik in de Facebook groep. Later maak ik er dan een blog van op mijn website Keto en zo zodat de informatie ook beschikbaar komt voor mensen die geen lid zijn van deze groep. Op deze manier ontstaat er een mooi overzicht van vragen en antwoorden die ook voor anderen interessant kunnen zijn.

Deel 8

In deel 8 van deze serie aandacht voor de volgende vragen:

  • Hoe combineer ik vasten met m’n werk, studie en/of gezin?
  • Hoe ga ik om met vragen en/of kritiek van anderen?
  • Hoe stop je het beste met vasten?

Vraag 22: Hoe combineer ik vasten met m’n werk, studie en/of gezin?

Vaste(n) wetten

Ik ben geen voorstander van stricte vastenmethodes. Die je precies voorschrijven wanneer je wel en wanneer je niet kunt eten. Zoals bijvoorbeeld 16:8. Ofwel: iedere dag 16 uur vasten en daarna 8 uur de tijd om te eten. Die zijn wel enorm in opmars. Ze zijn makkelijk uit te leggen en het past bij de dieetcultuur die er gecreëerd is rondom eten. Een cultuur waarbij we mensen precies voorschrijven wat, wanneer en hoeveel ze mogen eten.

Nadelen van vastigheid

Eén van de nadelen van deze methodes is dat er meestal sprake is van een heel uitgebreide periode waarin je wel mag eten. Zoals bij het genoemde 16:8. Je hebt dan 8 uur de tijd om te eten. Natuurlijk is het gezond om de andere 16 uur niets te eten en te vasten, maar als je daarna 8 uur lang blijft snacken en/of eten, dan mis je toch wel de essentie. Want het is juist gezond om minder vaak te eten. En in 8 uur tijd kun je nog heel vaak eten.

Een ander nadeel is dat het je in een vast keurslijf perst. Wanneer je het ‘goed’ wilt doen, zul je iedere dag op hetzelfde moment moeten beginnen met eten en op hetzelfde moment stoppen. Dat neemt dus een heleboel flexibiliteit weg. Daardoor wordt het misschien lastiger om eraan te beginnen of om het vol te houden. En wat doe je als je dan een keer niet (kunt) vasten? Voel je je schuldig? Of gooi je dan het bijltje er zelfs helemaal bij neer?

Maak je eigen flexibele methode

Maak daarom liever je eigen ‘methode’. Een manier van vasten die bij jou en je situatie past. Er is altijd wel een manier te vinden. Zeker als je je realiseert dat het helemaal niet elke dag hetzelfde moet. Sterker nog, als je je realiseert dat het zelfs heel verstandig is om het níet elke dag hetzelfde te doen. Zodat je lichaam nooit helemaal went. Het blijft dan flexibel. Zodat hóe je het ook inricht, het altijd goed voelt.

Ook kun je het prima in kleine stapjes doen. Je hoeft niet direct naar je perfecte eindsituatie te gaan. Als die er al is. Het uiteindelijke doel van vasten is om minder váák te eten; niet om minder te eten. Om je lichaam rust te geven tussen maaltijden door. Zodat het zich eerst volledig kan richten op de verbranding en er daarna nog tijd is voor herstel en opbouw.

Intuïtief en toch flexibel

Wanneer je gaat vasten eet je misschien in totaal minder. Maar dat doe je alleen wanneer je lichaam dat zelf zo aangeeft. Eet wanneer je honger hebt en eet dan tot je verzadigd bent. Eet intuïtief en luister naar je lichaam. Dat lijkt heel erg tegenstijdig met een flexibele manier van vasten. Want als je het zelf gaat inrichten zoals het bij je past, zul je misschien niet altijd kunnen eten wanneer je honger hebt. Toch valt dat reuze mee. Op welk moment je honger krijgt wordt namelijk mede bepaald door wanneer, hoeveel en wát je wél eet.

Ons lichaam maakt graag en snel gewoontes. Dat is vanuit de evolutie ontstaan. Gewoontes kosten minder energie en helpen ons te overleven. Je kunt sneller reageren en hoeft geen beslissingen te nemen. Wat, wanneer en hoeveel je eet zal daarom vaak doorspekt zijn van gewoontes. Maar het lichaam heeft ook een enorm aanpassingsvermogen. We kunnen die gewoontes dus ook doorbreken. En er andere voor in de plaats zetten.

Gewoontehonger, dipjes en échte honger

Wanneer je minder vaak en/of op andere tijdstippen gaat eten, zal dat in het begin wennen zijn. Je zult uit gewoonte hongergevoelens ervaren. Gewoontehonger noem ik dat. Gewoontehonger moet je bewust doorbreken. Door afleiding te zoeken, waardoor je hersenen zich op een andere taak richten. Na een aantal dagen of weken past je lichaam zich aan aan de nieuwe gewoonte van niet of later eten.

Wanneer je veel (bewerkte) koolhydraten eet, kun je ook last krijgen van een lage bloedsuiker. Dit kan ervoor zorgen dat je energie en je humeur daalt en/of dat je je duizelig voelt. Het bekende ‘dipje’ waardoor je de neiging krijgt om te rusten en/of weer te eten. Dit soort dipjes kun je voorkomen door bewerkte koolhydraten zoveel mogelijk te vermijden. Denk aan suiker, bloem en zetmeel; maar ook zoetstoffen kunnen dit effect geven. Eet daarom liefst puur en onbewerkt.

Naast gewoontehonger en dipjes kun je ook échte honger krijgen. Een drang om te eten die door je lichaam getriggerd wordt omdat er een tekort aan energie of voedingsstoffen is. Wanneer je vast zal je lichaam eerst de energie en voedingsstoffen uit je maaltijd gebruiken. Daarna moet het overstappen op opgeslagen energie en voedingsstoffen. Je kunt échte honger krijgen wanneer er onvoldoende voorraad energie of voedingsstoffen aanwezig zijn.

Te weinig energie

Normaal gesproken heeft iedereen een voorraad energie. Tenzij je ondergewicht hebt. Zelfs afgetrainde sporters hebben een voorraad energie voldoende voor meerdere marathons. Je lichaam creëert energie door opgeslagen vetten te verbranden. Als bijproduct van deze vetverbranding zal het ook ketonen maken. Dat is een extra bron van energie. Turbo-energie. In eerste instantie voor de hersenen omdat deze geen vetzuren kunnen gebruiken als energie, maar ook voor andere organen. Maar als je lichaam niet getraind is in het verbranden van die vetten, moet het dat eerst weer leren. Je moet als het ware van een suikerverbrander, een vetverbrander worden. Meer daarover lees je in: ‘Hoe word ik een vetverbrander?

Kan je lichaam eenmaal efficiënt overschakelen op het verbranden van je eigen vetten, dan zul je merken dat je niet snel échte honger krijgt door een tekort aan energie. Daar zul je dan echt meerdere dagen achter elkaar voor moeten vasten. Mits je tijdens je eetmomenten voldoende eet. Hóeveel dat is, is afhankelijk van wat je eet en hoe vaak je eet. Maar ook van de hoeveelheid beweging, zonlicht, slaap etc. Luister dus naar je lijf en geef het de regie tijdens het eten. Dan zul je altijd de juiste hoeveelheid eten die past bij jouw vasten-, eet- en leefpatroon.

Te weinig voedingsstoffen

Zoals gezegd kun je ook honger krijgen door een tekort aan voedingsstoffen. Je lichaam heeft voortdurend voedingsstoffen nodig voor allerlei processen. Wanneer deze niet in voldoende mate aanwezig zijn, zal het ook signalen van honger afgeven. Je zult dan vooral verlangen naar soorten voeding waar de voedingsstoffen in voorkomen waar je lichaam naar op zoek is. Bijvoorbeeld trek in iets hartigs wanneer je een tekort aan mineralen hebt. Het is wel gemakkelijk om gewoontehonger te verwarren met dit soort échte hang naar voedingsstoffen. Trek in chocolade kan eenvoudig veroorzaakt worden door een gewoonte en betekent dan niet dat je lichaam ook echt tekort heeft aan bijvoorbeeld de magnesium die erin zit.

Dit soort échte honger kun je eenvoudig voorkomen door tijdens je eetmomenten gezonde voedzame maaltijden te eten. Eet vooral puur en onbewerkt en zorg voor variatie. Kleur op je bord zorgt daar bijvoorbeeld voor, omdat iedere kleur (groente) weer rijk is aan andere voedingsstoffen.

Plan van aanpak

Je kunt dus wel degelijk je eigen plan van aanpak maken en daarbij voorkomen dat je tussendoor honger krijgt. Maar hoe pak je dat dan aan? Hoe doe je dat met je werk, met je studie, je partner en/of je kinderen?

Denk na over hoe jouw ideale vastenschema er (in de toekomst) uit zou zien. Voor een doorsnee-week. Als er al zoiets is als een doorsnee-week. Of anders voor een bepaalde dag in de week. Kijk naar je gezondheids- of gewichtsdoelen en naar je (geplande) activiteiten zoals werk, studie, huishouden, sport, hobbies etc. Bedenk ook welke maaltijden je graag samen met je partner, collega’s en/of gezin wilt eten. Bedenk dan hoeveel maaltijden daarbij passen en op welke tijdstippen je die zou willen eten.

Ideaalplaatje

Dit is dan jouw eigen ideaalplaatje. Je eigen vasten-methode. Zoals gezegd hoeft dit niet iedere dag of iedere week hetzelfde te zijn. Het is prima om de ene dag 2 en de andere dag 1 of juist 3 maaltijden te eten. Of eens een dag helemaal niet te eten. Alles is prima, wanneer je maar blijft luisteren naar je lijf en voldoende en gezond eet tijdens je maaltijdmomenten.

Als je zo je ideale dag- of weekschema voor ogen hebt, kun je eigenlijk twee dingen doen. De ene methode is niet beter of slechter dan de andere. Het ligt er echt aan wat bij jóu past.

Alles of niets

Je kunt van de ene op de andere dag erin springen en je houden aan je geplande eetmomenten. Het ‘alles of niets’ principe. Het kan zijn dat je dan meer moeilijke momenten hebt, omdat je lijf meer moeite moet doen om aan deze nieuwe gewoontes te wennen. Maar bij sommige mensen werkt deze methode prima. Grote stappen, snel thuis.

Stapje voor stapje

Voor anderen werkt dat helemaal niet. Dan kun je beter kiezen voor de weg van de geleidelijkheid. Langzaam toewerken naar je doel.

Wil je bijvoorbeeld alleen lunchen en avondeten, doe dat dan in stapjes. Laat eerst je snacks weg tussen maaltijden. Eet ‘s avonds niet meer na je laatste maaltijd. Pas wanneer je daaraan gewend bent ga je een stapje verder en schuif je je ontbijt op. Steeds een uurtje later bijvoorbeeld, totdat ontbijt en lunch zo dicht bij elkaar liggen dat je het ontbijt kunt overslaan. Op deze manier zul je weinig last hebben van ontwenningsverschijnselen, omdat je je lichaam en geest de tijd geeft om je nieuwe gewoontes bij te benen.

Blijf aanpassen

Hou vooral de(ze) flexibiliteit vast. Blijf je vastenpatroon aanpassen tot het bij jou past. Wanneer je merkt dat het nog niet goed bij je schema past, probeer dan eens wat anders. Of wanneer je je gezondheids- of gewichtsdoelen niet bereikt. Dat hoeft niet persé te betekenen dat je nog ‘strenger’ of meer moet gaan vasten. Het kan zijn dat vaker moet eten, of op andere tijdstippen. Of de ene dag wat vaker en de andere wat minder vaak.

Maar je kunt je ook aanpassen wanneer een bepaalde situatie daarom vraagt. Even niet vasten, vanwege een sociale gebeurtenis. Of omdat je teveel stress hebt. Of wat langer vasten, omdat je nog geen honger hebt.

Dat is het makkelijke van vasten. Het is zo flexibel als je zelf wilt. Je kunt het in principe altijd en overal doen en je hebt er niets voor nodig. En je kunt op elk moment dat je dat wilt, ermee stoppen. En op een ander moment weer doorgaan. Precies zoals het bij jou past!

Vraag 23: Hoe ga ik om met vragen en/of kritiek van anderen?

Wanneer je gaat vasten, kun je erop wachten dat je opmerkingen krijgt van anderen. Vasten is nog relatief onbekend. Onbekend maakt onbemind. Het druist ook in tegen alles wat ons altijd verteld is. Dingen als ‘Ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag’ en ‘Eet tussendoortjes om het motortje draaiende te houden’. Daarnaast heeft vasten voor veel mensen ook nog eens een negatieve uitstraling. Niet eten; dat kan toch niet gezond zijn?

Zorg dat je zelf overtuigd bent

Het eerste wat ik mensen die willen gaan vasten altijd aanraad is om jezelf goed in te lezen. Ga na wat er met en in je lichaam gebeurt als je bewust een tijdje niet eet. Zorg dat je voor jezelf overtuigd bent van de gezondheidsvoordelen en ook dat het gezond is voor jóu. Er kunnen namelijk altijd redenen zijn, waarom vasten niet geschikt is voor jóu op dit moment. Ga ook bij jezelf na waarom je dit wilt doen.

Pas als jij weet waarom je dit doet, kun je er voor de volle 100% achter staan. Het helpt je om het vol te houden én het zorgt ervoor dat je niet onzeker wordt wanneer anderen, al dan niet goed bedoeld, nare opmerkingen maken.

Goedbedoelde opmerkingen

Vaak zijn de opmerkingen van de mensen om je heen, goed bedoeld. Ook de kritische. Familie en vrienden geven om je en willen het beste voor jou. Wanneer ze (nog) niet overtuigd zijn dat vasten gezond is voor jou, zullen ze je daarvoor willen waarschuwen.

Voor deze kring van mensen die veel om je geven, is het belangrijk dat je ze op z’n minst gerust stelt. Anders blijven ze zich zorgen maken en blijf je kritiek krijgen. Voor beide partijen is dat niet fijn en het is ook niet motiverend voor jou. Je kunt dan een aantal dingen doen.

  • Leg uit dat je dit doet omdat het zo gezond is. Dat dit geen tijdelijk dieet is, maar een heel belangrijke stap naar een gezonde(re) leefstijl. Het feit dat je het vanuit een gezonde gedachte doet, helpt waarschijnlijk al om hun zorgen te verminderen.
  • Leg dan uit waaróm vasten zo gezond is en dat ons lijf er niet op zit te wachten om de hele dag te eten. Door uitleg te geven, laat je zien dat je je erin verdiept hebt en weet waar je aan begint. Hou het kort en simpel, zodat het voor de ander behapbaar blijft. Later kun je daar steeds brokjes informatie aan toevoegen.
  • Vaak zul je zien dat mensen komen met tegenargumenten. Redenen waarom het toch niet gezond zou zijn bijvoorbeeld. Of gedetailleerdere vragen. Wanneer je niet direct antwoord daarop hebt, zeg dat dan. Spreek af dat je er later nog eens op terug zult komen. Probeer het antwoord te vinden. Kom je er niet uit, dan kun je de vraag altijd in de Facebook groep ‘Eet niet minder, eet minder vaak‘ plaatsen. Dan kunnen we met z’n allen meedenken. Zo zien je naasten dat je hun zorgen én het vasten serieus neemt.
  • Wanneer je wat langer bezig bent en het goed gaat, kun dáár de focus op leggen. Geef aan welke verbeteringen je gemerkt hebt. Of hoe dit anders voelt dan eerdere dieten die je gedaan hebt. Wanneer je het bij je eigen gevoel en waarnemingen houdt, dan kan daar weinig discussie over ontstaan.
  • Vraag of ze interesse hebben om er meer over te leren. Verwijs ze naar een boek, website, You Tube filmpje of podcast over vasten waarvan je de inhoud kent en waar je zelf een goed gevoel over hebt.
  • Vraag of ze je willen ondersteunen. Zeg dat het belangrijk voor je is dat ze achter je staan en dat ze je helpen. Helpen kan op allerlei manieren. Door steun te geven als het even moeilijk is en complimenten als het juist goed gaat. Maar ook door niet aan te dringen wanneer je niet wilt eten. Of, nog beter, door samen even niets te nemen.

Kritiek

Kritiek is van een heel andere orde. Kritiek komt niet voort uit oprechte bezorgheid om jou. Kritiek krijg je vaker van mensen die wat verder van je af staan. Vaak ook nog eens heel ongenuanceerd. Het kan ontstaan uit jaloezie. Mensen kunnen jaloers zijn op het feit dat jij dit wél ‘kunt’ of jaloers op je resultaten. Bij sommige mensen zit het ook in het bloed. Die hebben overal kritiek op. Op één of andere manier geeft hun dat een beter gevoel. Meestal weet je wel welke mensen dit zijn. Je kunt er vaak beter niet mee in discussie gaan. Zeker als je niet heel sterk in je schoenen staat. Want dat win je nooit.

In zo’n situatie kun je het vaak het beste kort en bij jezelf houden. Geef bijvoorbeeld aan dat het voor jou op dit moment goed werkt en dat je je er goed bij voelt. Daar kan eigenlijk niemand iets tegenin brengen. Of dat je net begint en het nog moet gaan ervaren. Als ze allerlei gevaren gaan noemen, bedank ze dan voor hun bezorgheid en zeg dat je jezelf goed in de gaten zult houden. Zoiets. Op die manier haal je de angel uit de conversatie en neem je de grond voor verdere discussie weg. En kun je overgaan op een ander onderwerp.

Vraag 24: Hoe stop je het beste met vasten?

Vasten kan, zeker in het begin, lichamelijk en/of geestelijk natuurlijk lastig zijn. Je lichaam moet eraan wennen. En jíj moet er ook aan wennen. Geestelijk. Accepteren dat je niet meer de hele dag door zomaar alles in je mond ‘kunt’ stoppen. Dat er momenten zijn, waarop je niet wílt eten. Omdat het niet hoeft en omdat je je lichaam rust wilt gunnen. Tijd om de energie te gebruiken die je er met je vorige maaltijd in hebt gestopt en tijd voor lichamelijk herstel.

Maar los daarvan is vasten eigenlijk heel simpel. Je eet gewoon niets. En je drinkt alleen water, zwarte koffie en/of thee. Punt. Zo simpel is (water)vasten.

Maar hoe gezond vasten ook is, er komt altijd een moment dat het weer voorbij is. Dat je weer gaat eten. En juist die periode van niet-eten geeft veel vragen. Wanneer ga ik weer eten? Wát kan ik dan het beste eten? Hoeveel moet ik dan eten? Hoe voorkom ik overeten of juist voedingstekorten?

Wanneer eten?

Wanneer je vast kunnen er een aantal redenen zijn om weer (bewust) te willen gaan eten. Dan heb ik het niet over de behoefte om even iets in je mond te stoppen, uit gewoonte of omdat je iets lekkers ziet waar je wel zin in hebt. Zoiets. Nee, dan heb ik het over de bewuste keuze om weer te gaan eten.

Honger

De beste reden om weer te gaan eten, is wanneer je échte honger hebt. Échte honger heb je als je lichaam hongersignalen afgeeft omdat het een tekort aan voedingsstoffen en/of energie heeft. In tegenstelling tot bij lekkere trek of gewoontehonger, heeft je lichaam dan echt behoefte aan eten. Dat kun je het beste niet negeren, want het herkennen en erkennen van honger- en verzadigingssignalen is erg belangrijk voor je gezondheid en om een gezond gewicht te krijgen en/of te houden.

Echte honger kun je onderscheiden van gewoontehonger of lekkere trek doordat het niet weg te drukken is. Gewoontehonger komt in vlagen. Het komt en het gaat. En komt op een gegeven ogenblik weer terug. Door je aandacht ergens anders op te richten vergeet je het. In ieder geval tijdelijk. Echte honger blijft veel meer op de voorgrond staat. Je lichaam wil niet dat je het vergeet, want het is belangrijk dat je er gehoor aan geeft.

Gelukkig is het niet zo dat je ineens in het gareel hoeft te schieten. Ook niet bij echte honger. Er gaat echt niets mis wanneer je nog een uurtje of wat wacht. Omdat het nu even niet uitkomt. Of omdat je wilt wachten tot je met je partner, gezin of collega’s kunt eten. Je zult in tussentijd dan wel die honger voelen. En wanneer je weer eet, zul je misschien wat méér moeten eten dan je gewend bent.

Het is ook goed om je te realiseren, dat wanneer je eenmaal gewend bent aan vasten en je een efficiënte vetverbrander bent geworden, je bij een vast van maximaal 24 uur niet snel échte honger zult krijgen. Iedereen heeft namelijk een voorraad energie bij zich; ook wanneer je een gezond gewicht hebt. Zelfs de meest afgetrainde sporters hebben energie voor meerdere marathons bij zich; vooropgesteld dat ze geen ondergewicht hebben. Door het vasten blijft je insulinespiegel laag en heb je daarom toegang tot je eigen vetreserves. Ondanks dat je niet eet, geef je je lichaam dus wel degelijk energie. Op het moment dat je ketonen gaat maken en verbranden, is dat zelfs turbo-energie!

Ritme

Een andere reden om weer te gaan eten, is omdat het bij jouw ritme past. Bij jouw manier van leven. Hóe dat ritme is, bepaal je voor een deel zelf. Maar het wordt natuurlijk ook sterk beïnvloed door de mensen om je heen, door je verantwoordelijkheden en je agenda. Je kunt niet op ieder willekeurig moment eten. En evengoed is het niet altijd geaccepteerd of handig om níet te eten.

Het heeft vele voordelen om te vasten en te eten op een manier die goed bij jouw leefpatroon past. Afhankelijk van je partner, gezin, studie, werk etc. Het maakt het allemaal veel makkelijker. Ook om het vol te houden. Maak daarom een schema wat bij jou past. Desnoods elke dag of iedere week weer anders.

Dus ook als je nog geen echte honger hebt, kan het zijn dat je er toch bewust voor kiest om weer te gaan eten. Je zult zien dat je tijdens het eten dan toch trek krijgt. Van eten krijg je, in principe, honger. Maar je lichaam zal ook sneller aangeven dat je weer genoeg hebt.

Wát eten?

Vasten wordt vaak gecombineerd met een bepaald voedingspatroon. Niet omdat dat persé moet. In principe kun je vasten combineren met elke manier van eten. Dat is juist ook de kracht van vasten. Je kunt het doen wanneer je gewoon ‘alles’ eet, maar ook wanneer je een allergie hebt, vegetarisch eet of om wat voor andere reden dan ook bewust bepaalde voedingsmiddelen niet eet en andere juist wel.

Laat ik voorop stellen, dat vasten vanuit zichzelf heel erg gezond is. We zijn niet gemaakt om de hele dag door te eten. Het zorgt op den duur voor veel problemen in ons lijf. Lichamelijk en geestelijk. Met vasten maak je weer pas op de plaats. Je kunt er dus prima voor kiezen om te blijven eten wat je altijd at; ook als dat niet zo heel gezond is. En er toch gezondheidsvoordeel mee behalen. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat je daarmee het meest haalbare bereikt.

Zorg voor voldoende voedingsstoffen

Het is belangrijk om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Ons lijf zit ontzettend ingenieus in elkaar en het heeft allerlei stofjes nodig om alle lichaamsprocessen goed te laten verlopen. Het heeft daarvoor niet alleen energie, maar ook bouwstoffen nodig. En stofjes die de boel op gang helpen, aan de gang houden of op het moment dat het nodig is, versnellen of vertragen. Die (bouw)stoffen halen we voor een groot deel uit onze voeding.

Voor een optimale geestelijke en lichamelijke gezondheid is het daarom belangrijk om ons lijf te voeden in plaats van vullen. Dit is niet alleen belangrijk wanneer je regelmatig vast. Maar dan heb je wél minder maaltijden om je lijf deze voeding te geven. En zul je er daarom misschien iets meer aandacht aan moeten schenken.

Gevarieerd

De beste manier om dat te doen, is om gevarieerd te eten én om onbewerkte voeding te eten. Elk voedingsmiddel heeft weer een andere samenstelling; ook van voedingsstoffen. Door te variëren heb je de meeste kans dat je van alles wat binnenkrijgt. Een goede manier van variëren is bijvoorbeeld om te kiezen voor ‘kleur op je bord’. Groenten van verschillende kleuren hebben namelijk allemaal hun eigen voordelen.

Onbewerkt

Het eten van onbewerkt eten heeft vele voordelen. Over wát we nu precies het beste kunnen eten zijn ontzettend veel meningen. Ook onder experts. Maar dat onbewerkte voeding het allerbeste is voor je gezondheid, daarover twijfelt eigenlijk niemand. Minder (of geen) bewerkte voeding en meer onbewerkte voeding heeft o.a. de volgende voordelen:

  • onbewerkte voeding bevat diverse voedingsstoffen in een natuurlijke samenstelling en je lijf kan er precies uithalen wat het nodig heeft
  • bewerkte voeding bevat juist vaak onnatuurlijke ingrediënten, die je lichaam niet herkent en die meer kwaad doen dan goed
  • bewerkte voeding bevat vaak veel suiker en/of zoetsotffen en andere snelle koolhydraten, wat o.a. leidt tot verhoogde bloedsuikers
  • uit bewerkte voeding worden vaak waardevolle stoffen gehaald omdat ze beschouwd worden als ongezond (zoals vet), omdat ze de houdbaarheid niet ten goede komen of omdat ze elders nog gebruikt kunnen worden en dus geld opleveren.

Hoeveel eten?

Waar de één zich zorgen maakt over over-eten, maakt de ander zich zorgen dat hij of zij niet genoeg zal (kunnen) eten in 1 of 2 maaltijden per dag. Het belangrijkste bij de vraag over hoeveel je moet eten tijdens je eetmomenten, is dat je dagelijks moet zorgen voor voldoende energie. Energie die je lijf nodig heeft om alles te doen wat het moet doen. Zodat het daar niet op hoeft te gaan bezuinigen. Bewust minder gaan eten is daarom niet verstandig. Het is de reden dat Facebook groep ‘Eet niet minder, eet minder vaak‘ heet.

Vasten is dus zeker geen methode om bewust mínder (calorieën) te eten. Tenminste niet als je het op een gezonde manier wilt doen. De kracht van vasten ligt er juist in, dat het je helpt om de juiste hoeveelheid voeding te eten. Verspreid over een beperkt aantal eetmomenten per dag. Vasten helpt om hormonen in balans te brengen. Niet alleen insuline, maar ook honger- en verzadigingssignalen. Je leert weer om échte honger te herkennen. En om te voelen dat je genoeg hebt gehad. Maak daar gebruik van. Met andere woorden, laat je lijf bepalen wanneer het genoeg heeft. Dan eet je nooit teveel en nooit te weinig. En bedenk dat het de ene dag heel anders kan zijn dan de andere dag. Afhankelijk van wát je eet, maar ook van wat je de dag(en) ervoor at, hoeveel je bewogen hebt, hoeveel stress je hebt, etc.

“Eet (alleen) wanneer je (echte) honger hebt en eet dan tot je verzadigd bent”.

Verschil tussen een korte vast en een meerdaagse vast

Bovenstaand verhaal is in grote lijnen van toepassing op zowel korte als langere vastenperiodes. Toch is het geschreven vanuit de gedachte van kortdurig periodiek vasten tot maximaal 24 uur, omdat dit het meest toegepast wordt. Voor meerdaagse vasten heb ik nog een paar aanvullingen/tips. Hoe langer je vast, hoe belangrijker ze zijn.

  • Begin, minimaal een half uur maar liever nog 1-2 uur voor je eerste échte maaltijd, met een kleine mini-maaltijd. In een meerdaagse vast komen je verteringsgestel en je darmen bijna volledig in rust. Op deze manier komen ze rustig weer op gang.
  • Een mini-maaltijd kan bestaan uit iets vloeibaars en/of iets vasts. Denk in termen van een paar slokken of happen. Voldoende om de boel weer aan te slingen, maar op een hele rustige manier. Bewaar de rest voor een later moment.
  • Het is niet ongewoon dat je ook bij de maaltijden die erna volgen, de eerste dagen minder honger hebt. Geef hier gewoon gehoor aan. Je lichaam weet zelf het beste hoeveel het nu nodig heeft.
  • Zeker na een meerdaagse vast is het belangrijk om je lijf weer te voeden. Je lichaam kan perfect omgaan met een periode van niet-eten. Het zal dan bijvoorbeeld allerlei voedingsstoffen veel langer recyclen in je lichaam. Maar sommige voorraden zullen wel aangesproken worden en het is belangrijk om ze weer aan te vullen. Eet dus zo gezond en onbewerkt mogelijk en heb aandacht voor o.a. voldoende gezonde vetten (bijv. in de vorm van vette wilde vis, biologische eieren, kokosvet, olijfolie, etc.), probiotica om je goede darmbacteriën een boost te geven (bijv. in de vorm van melkkefir en/of gefermenteerde groenten) en vezels om je goede darmbacteriën te voeden (bijv. in de vorm van vezelrijke groenten). Heb aandacht voor dierlijke eiwitten, zoals in eieren, vis of vlees omdat hier alle aminozuren inzitten die we als mens zelf niet kunnen maken en daarnaast nog allerlei vitamines en mineralen. Orgaanvlees en eieren zijn daarbij echte toppers!
  • Volg je gevoel in de gezonde voeding waar je nu zin in hebt. Ook hier geldt: je lichaam weet intuïtief wát het nu nodig heeft.

Meer lezen?

Hier vind je een overzicht van alle vragen en antwoorden. Deze zal gaandeweg aangevuld worden: FAQ – overzicht van veel gestelde vragen over periodiek vasten (IF) en/of over meerdaagse vasten

Print Friendly, PDF & Email

Geef hier je reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.